Door de vervening in de 18de en 19de eeuw ontstonden in Drenthe diverse belangrijke schippersplaatsen en vaarwegen. Een sprekend voorbeeld hiervan is de plaats Hoogeveen. In de 19e eeuw waren meer dan 700 Hoogeveners werkzaam in de scheepvaart zowel t.b.v. het vervoer van turf door zgn. turfschippers als de bouw van schepen. Er waren in die tijd dertien scheepswerven in Hoogeveen. Men bouwde: houten schepen, brandschuiten, marktpramen en Hoogeveensche pramen.
Hoogeveen werd in die tijd als de grootste binnenhaven van Nederland beschouwd. Van dit rijke scheepvaart- en scheepsbouwverleden is nagenoeg niets tast- en zichtbaars meer in Drenthe overgebleven.
Dit is de reden van het ontstaan van een nieuwe werkgroep onder de naam ‚Drentse Praam‘. Deze werkgroep heeft als ‘missie’ het realiseren van een historisch scheepvaartcentrum om het eerdergenoemde verleden in beeld te brengen door het bouwen van o.a. meerdere pramen, een historische werf met een educatieve, recreatieve en actieve functie en een expositieruimte (museum).
Hiermee wil de werkgroep in Hoogeveen de provincie Drenthe met een toeristische attractie op de kaart zetten.
De volgende elementen zullen daaraan bijdragen: